Lesprogramma's over vlinders en andere insecten

Achteruitgang vlinders (en andere insecten) 

Het gaat heel slecht met vlinders en andere insecten in Nederland.  Dit is om vele redenen zeer zorgwekkend. Zo vormen allerlei insecten het basisvoedsel voor vele vogels (en andere dieren). Minder insecten betekent ook minder vogels. Insecten, zoals  bijen en hommels, zijn op een meer directe manier van groot belang voor de mens omdat zij allerlei voedselgewassen bestuiven. Minder bijen en hommels betekent minder appels en kersen aan de bomen. Insecten zijn gemakkelijk waar te nemen en hun leefwijze is vaak veel interessanter dan die van ogenschijnlijk meer tot de verbeelding sprekende dieren als bijvoorbeeld een leeuw of grote panda.  De metamorfose van de vlinder is een voor de hand liggend voorbeeld, maar de leefwijze van de libel is ook bijzonder interessant. De larve leeft soms meerdere jaren in het water. Als deze transformeert in een libel (en uit zijn huidje kruipt) is zijn leven al bijna ten einde.  Libellen zijn uiterst wendbare vliegers en zeer efficiënte jagers. Zo zijn er over veel insecten mooie, aansprekende verhalen te vertellen.

 

Lesprogramma's

De Stichting Guacamaya heeft  een onderwijsproject ontwikkeld over vlinders (en andere insecten) voor gebruik op basisscholen. Het project bestaat uit vier verhalende, vakoverstijgende lesprogramma’s. Het lesprogramma ‘Pedro de rups’ dat in Guatemala en Ecuador erg veel succes heeft is vertaald naar het Nederlands. Voor de groepen 3-4 is het lesprogramma 'Esmeralda de dagpauwoog' ontwikkeld. Voor de groepen 5-6 het lesprogramma 'Marieke de grote vuurvlinder' en voor de groepen 7-8 het lesprogramma 'Linda helpt de vlinders'. Kinderen leren spelenderwijs over vlinders en andere insecten.  Daarnaast zijn zij afhankelijk van de groep ook bezig met andere leeractiviteiten zoals tellen en groottes vergelijken in groep 1-2, (beter) leren lezen en eenvoudige rekensommen in groep 3-4 en aardrijkskunde, natuur, taal en rekenen in de groepen 5 tot en met 8. In alle lesprogramma’s zijn ook creatieve opdrachten verwerkt van het kleuren van beestjes tot het zelf tekenen van vlinders. De leerlingen kweken als onderdeel van het project (nectar producerende) plantjes op die zij mee  naar huis mogen nemen om vlinders, bijen en andere insecten naar de eigen tuin te lokken. Na afloop van het project ontvangen de leerlingen een mooi diploma.

 

Vlindertuinen 

 De leerlingen worden ook betrokken bij het opzetten van een ‘wilde insectentuin’ op het schoolterrein.  Zo is er een vlindertuin opgezet op het terrein van  de Immanuelschool in Steenwijkerwold.  Achter een hek van de BSO bevond zich een kaal stukje gras. De grond werd bewerkt en beplant met verschillende bloemen en struiken. Drie maanden na aanleg trok de tuin niet alleen vele soorten vlinders, maar ook veel bijen, hommels, zweefvliegen en zelfs verschillende soorten libellen. De vlindertuin kan in het vervolg van het project worden gebruikt om de kinderen op enkele stappen afstand van het klaslokaal op onderzoek te laten gaan. De teksten van de verhaaltjes worden in de tuin  leven ingeblazen. Daarnaast kan de tuin als voorbeeld dienen voor de minivlindertuintjes die de leerlingen thuis opzetten.

De sleedoornpage

De sleedoornpage is de enige bedreigde vlinder die voornamelijk in bewoond gebied voorkomt. Dit komt omdat verschillende gemeenten sleedoornhagen aanplanten als afscheiding en de sleedoorn de enige waardplant is van deze vlinder. Deze vlinder voedt zich vooral met honingdauw van bladluizen hoog in bomen en wordt daarom weinig gezien. Uit tellingen van eitjes is gebleken dat Steenwijk de 'hoofdstad' is van de sleedoornpage in Nederland. In deze stad zijn meer eitjes geteld dan in de rest van Nederland bij elkaar. Ook hier heeft deze vlinder het echter moeilijk omdat de sleedoornhagen snel overwoekerd worden door braam. Op scholen in Steenwijk wordt speciale aandacht gegeven aan de sleedoornpage door de ontwikkeling van een lesprogramma over de sleedoornpage. Daarnaast worden leerlingen betrokken bij onderhoud van sleedoornhagen en worden door hen op verschillende plekken de favoriete nectarplanten van de sleedoornpage aangeplant (de vrouwtjes hebben nectar nodig voor de ontwikkeling van eitjes).